Deze ruimte is gereserveerd voor
herinneringen, verhalen of anekdotes

 

Stuur  je verhalen naar info@kmar-11marcie-61-3.nl . Heb je foto's, stuur die er bij op en we kunnen op deze ruimte de verhalen uit de actieve dienst periode bewaren en toegankelijk maken voor iedereen, groepsleden en buitenstaanders, die er belangstelling voor hebben.


Revisie van een NEKAF M38A1

Kortgeleden heeft Jos zijn Jeep, een replica van zijn M20 uit de parate tijd bij 11Marcie, laten reviseren door Coast Classics in Estepona (Spanje).

Algemene gegevens van de NEKAF Jeep.

    Fabrikant: Willys
    Assemblage:  in Nederland  bij NEKAF( Nederlandsche Kaiser-Frazer Fabrieken NV ) in Rotterdam
                           (1953 - 1958) en later bij Kemper & Van Twist Diesel in Dordrecht  (1958 - 1962).
    Typeaanduiding: M38a1
    Productie: 1952 - 1971
    Motor: 2,2 L  4cilinder in lijn, merk Hurricane.
    Transmissie: 3-versnellings, handgeschakelde, Borg-Warner T90, met synchromesh op 2 en 3.
    Aandrijving: 2- en 4-wiel  aandrijving met hoge en lage gearing.
    Aanpassingen:  speciaal voor het Nederlandse leger werden enkele aanpassingen aangebracht, zoals
                               de clignoteurs op de zijkant  met een beschermbeugel en witte reflectoren op de voorzijde
                               van de spatborden  en  rode aan  de achterzijde van de Jeep. De voorbumper was
                               eveneens aangepast met houders voor colonnevlaggen.

Naar aanleiding van  de revisie heb ik Jos gevraagd of hij misschien een verslag zou willen schrijven over de revisie. Zie hier het resultaat. 

De webmaster

 

Een “second life” voor de KMar Jeep M20

 

De historie


Parate tijd

Het begon allemaal met het vervullen van de dienstplicht bij het Wapen der Koninklijke Marechaussee in het jaar 1961, lichting 61-3.
Na de algemene militaire vorming en de marechaussee-opleiding op de Koning Willem III kazerne te Apeldoorn volgde de indeling bij de parate troepen bij de “1e Divisie 7 December” die gelegerd waren in de Oranje Kazerne te Schaarsbergen.
De belangrijkste taken bij deze parate eenheid waren de politietaken (patrouilleren), het escorteren van troepenbewegingen (colonnes) en van zwaar transport. Voor dit werk kreeg ik de beschikking over de Jeep M20 waarmee ik met plezier deze werkzaamheden ruim 15 maanden heb gedaan.

     
De M20 op de parkeerplaats van de Oranje Kazerne (1961/1962)                   en op patrouille in het oefengebied La Courtine (1962)

In die jaren werd er door de parate troepen onder meer geoefend in Frankrijk (de Auvergne) rond het bekende dorpje La Courtine.
Dit hield in dat ook 11 MarCie werd ingeschakeld om de troepen te begeleiden naar het verre Zuiden.
 

Uiteraard hebben al deze unieke ervaringen invloed gehad op onze persoonlijke ontwikkeling en zijn het onuitwisbare mooie herinneringen aan deze “onbezorgde” tijd geworden.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat de lichting 61-3, gelegerd in Schaarsbergen, een hechte onderlinge band heeft ontwikkeld.
Dit moge blijken uit de vele reünies die vanaf het afzwaaien tot en met het heden hebben plaatsgevonden.
Al deze happenings en de onderlinge contacten zijn weergegeven in een aparte rubriek van deze website:
Reünies .

Een lang gekoesterde wens komt in vervulling

Bij mijn pensionering in het jaar 2004 kreeg ik van mijn vrouw  Birgit een originele leger Jeep (bwjr.1956) met aanhanger cadeau.

Alle herinneringen van vroeger kwamen weer naar boven en de Jeep werd vanaf dat moment mijn troetelkindje. Hij werd door professionals onder handen genomen en technisch / mechanisch in orde gebracht.
Daarbij werd de combinatie van een nieuwe verflaag voorzien.
Vervolgens werd de originele beletteringen / bestickering aangebracht, zoals die gold ten tijde van mijn parate dienst in Schaarsbergen.
De M20 replica was met een km stand van 38.500 geboren!

     
De M20 replica met 38.500 KM is geboren (2004)

In Spanje maakt de M20 deel uit van een aantal attributen uit de diensttijd.
Allereerst de vlaggenmast met de originele vlag van het Wapen die wordt gehesen voor KMar bezoek uit Nederland.
Vervolgens een speciale ruimte die is ingericht als Mini Kmar Museum vol traditie en herinneringen aan het Wapen der Koninklijke Marechaussee en aan de lichting 61-3.

            
De M20 in Spanje (2004)                                                                 Het Mini KMar Museum met veel foto´s van de lichting 61-3

Het leven in Spanje

De gebruikswaarde van de M20 komt ook in zijn “burgerfunctie” uitstekend tot zijn recht.
De tochtjes in “de campo” en naar ”het dorp” leveren veel bekijks en bewonderende reacties op.
Met plezier leg ik dan uit wat de KMar-historie is van het voertuig en voor de Spanjaarden maak ik ter verduidelijking de vergelijking met de zusterorganisatie in Spanje, namelijk de “Guardia Civil”.

De M20 is een geliefd decor voor een fotomomentje van bezoekende lichtinggenoten. Zie hiervoor de diverse verslagen in de rubriek  Berichten .

Op events van de Classic Car Club van Andalucia trekt de M20 altijd veel bekijks.
Klassieke autoliefhebbers in vele nationaliteiten vergapen zich telkens weer aan de simpelheid en de degelijkheid van het Jeep-concept.
 


De M20 op een Classic Car Club  event (2016)

Naast de tochtjes is de M20 eveneens mijn dagelijkse werkpaard in en rondom het huis, waarbij de aanhanger uitstekende diensten verleent.

.
De M20 aan de slag (2016)

 

De grote onderhoudsbeurt
 

Tegen het einde van 2015 is de km stand op 45.500 gekomen en werd het tijd voor een “grote onderhoudsbeurt”.

Voor deze revisie werd een specialistisch restauratiebedrijf geselecteerd met veel kennis op het gebied van American Classic Cars, te weten Coast Classics te Estepona (ES).
De M20 met aanhanger is gedurende ruim twee maanden zeer vakkundig onder handen genomen, waarbij de gehele techniek, de motor en aandrijflijn, volledig zijn gereviseerd.
Een hardnekkig probleem was de tweede versnelling. Bij het afremmen op de motor sprong de tweede versnelling steevast uit positie. Na drie demontages, waarbij uiteindelijk een nieuwe bak werd geplaatst, functioneert alles weer naar behoren.
De navolgende fotoreportage geeft een impressie van de omvangrijke werkzaamheden.

Er werd begonnen met een grondige inspectie op de hefbrug, om de totale omvang van het project zo goed mogelijk in kaart te brengen.
 

\
De M20 op de brug voor een eerste inspectie



Werkoverleg

 

      



     
 

Als eerste werd de de motor, compleet met de aandrijving, uit de carrosserie gehesen.
Het aggregaat werd op een pallet gelegd om verder te worden gedemonteerd.


    
Bij het uithijsen wordt een hydraulische bok gebruikt.                                   Motor met aandrijving en koeler op een pallet, gereed
                                                                                                                       voor verdere demontage.
 


De motor had niet de originele kleur. Die hoort legergroen te zijn.
 

Daarna konden de koeling, de cilinderkop, de versnellingsbak, carburateur, ontsteking, oliefilter etc. worden gedemonteerd en vervolgens, waar nodig, gereviseerd of vernieuwd.


  
De carburateur  is verwijderd                                                                        en ligt op de werkbank om te worden gereviseerd.
 

Het cilinderblok werd grondig onderhanden genomen .Na reiniging werd het oppervlak van het blok gevlakt en werden de cilinders gehoond. Nieuwe zuigers en uitlaatkleppen werden gemonteerd. En natuurlijk werd een nieuwe cilinderkoppakking gebruikt.
 

  
Cilinderblok vóór revisie                                                               en ná revisie

Alle gedemonteerde delen rondom de motor werden gecontroleerd, gemeten en versleten onderdelen werden vervangen totdat ze weer in nieuwstaat verkeerden.
 

   
Revisie van de carburateur            De cardanaandrijving
 


Onderdelen van de versnellingsbak

Na controle en revisie werden alle bruikbare onderdelen verzameld, gereed om weer gemonteerd te worden.

( Nee, de V8 motor achter de tafel heeft niets met de Nekaf te maken.)




Op de tafel overwegend onderdelen van de versnellingsbak en de waterpomp.

Heel belangrijk is ook de toestand van de remmen. Zo werden er nieuwe remvoeringen en nieuwe remcilinders geplaatst.

     
De remmen                                                                                De remvoeringen zijn flink gesleten. Verder dan de klinknagels
                                                                                                   kun je niet gaan.


  
De remcilinders moesten worden vernieuwd.

 

 

  
Nieuwe bedrading voor Jeep en aanhanger 
 

    
Motor aan de montagebok                                                                             Uitlaatpijp gemonteerd aan het spruitstuk

 

  
 Motor gereed, maar nog steeds aan de montagebok                         Motor compleet met aandrijflijn gereed voor inbouw in de Jeep.

 


Motor is ingebouwd en heeft nu de juiste kleuren.

 

 


De trotse eigenaars. De M20, met 45.500 km, en aanhanger als nieuw na revisie (2016)


De zeer grondige revisie van dit voertuig uit 1956 met 45.500 km op de teller maakt het mogelijk om er nog vele jaren mee te rijden en daarbij te genieten van het gevoel uit de jonge jaren.

De dienstplicht bij het Wapen der Koninklijke Marechaussee heeft hiervoor de basis gelegd.

 

 Jos van den Hoven (Marbella, juli 2016)

 


Dikke Daf chauffeur bij 11 Marcie

Bij het zwerven door MarechausseeNostalgie, de onvolprezen website van Fred Klijndijk, stuitte ik, in de categorie 'Voertuigen', op een foto met bijschrift over de Dikke Daf van 11Marcie Schaarsbergen.
De Dikke Daf, dat was toch het domein van onze Henk Dales?

 

In het bijschrift staat dat Jan ter Maten van 1961 t/m 1962 de enige Dikke Daf chauffer van 11Marcie was.
Maar hoe zit dat dan met onze Henk?
Bovendien was Jan ter Maten van lichting 59-6.
Dus maar eens voorzichtig informeren bij de webmaster Fred. Dat leverde de volgende e-mailcorrespondentie op.


Hallo Fred,

Alles goed met jou? Ben je nog naar de reünie van SMC geweest? Ik kan me bijna niet voorstellen dat je níét geweest bent.

Ik ben een beetje in verwarring gebracht door de tekst bij bovengenoemde foto.
Onze lichtinggenoot, helaas te vroeg overleden, Henk Dales was bij 11Marcie de Dikke Daf chauffeur, van januari 1962 t/m april 1963.
Jan ter Maten claimt dat hij gedurende 1961 en 1962 de enige Dikke Daf chauffeur was en dat hij in 1962 een busdienst onderhield met La Courtine.
Dit is des te verwarrender, omdat hij van lichting 59-6 is. Dat betekent dat hij medio 1960 paraat is geworden.
Als hij “gewoon dienstplichtig” was en 21 of 22 maanden heeft gediend, zal hij ca oktober 1961 afgezwaaid zijn.

Ik zou wijlen Henk Dales niet graag te kort willen doen en daarom is mijn vraag: is Jan ter Maten misschien een jaar in de war.
Moet het niet zijn dat hij  ‘Van 1960 t/m 1961 was ………. etc.’

Met vriendelijke groet en misschien weer eens tot ziens,

Gerrit Ezendam


Fred zou Fred niet zijn als hij niet onmiddellijk op onderzoek zou zijn uitgegaan. Dus stuurde hij een mailtje naar Jan ter Maten, met de volgende inhoud.

Beste Jan,

Op een van jouw foto's op mijn website kreeg ik een reactie. Hier moet je me even bij helpen, want het antwoord op de vraag kan alleen jij geven.
De reactie is van Gerrit Ezendam van lichting 61-3. Hij schrijft o.a:

"Ik ben een beetje in verwarring gebracht door de tekst bij de foto "1961 Dikke Daf" in de categorie Voertuigen van het fotoalbum. Onze lichtinggenoot, helaas te vroeg overleden, Henk Dales was bij 11 Marcie de Dikke Daf chauffeur, van januari 1962 t/m april 1963. Jan ter Maten schrijft dat hij gedurende 1961 en 1962 de enige Dikke Daf chauffeur was en dat hij in 1962 een busdienst onderhield met La Courtine.
Dit is des te verwarrender, omdat hij van lichting 59-6 is. Dat betekent dat hij medio 1960 paraat is geworden. Als hij “gewoon dienstplichtig” was en 21 of 22 maanden heeft gediend, zal hij ca oktober 1961 afgezwaaid zijn.

Ik zou wijlen Henk Dales niet graag te kort willen doen en daarom is mijn vraag: is Jan ter Maten misschien een jaar in de war. Moet het niet zijn dat hij  ‘Van 1960 t/m 1961 was ………. etc."

Jan, kun jij het verlossende woord geven?

Met vriendelijke groet,

Fred Klijndijk
 

Nog dezelfde dag schrijft Jan een mail met de oplossing, waarmee de lucht weer helder wordt.
 

Dag Fred,

Hierbij het verlossende antwoord.
Mijn dienstplicht was inderdaad van 2 dec. 1959 t/m 2 sept 1961. (erg lang geleden!!)

Ik heb mij 1 jaar vergist, zal wel door de leeftijd komen.

Ik stuur je hierbij tevens het bewijsstuk.

Met vriendelijke groet,

Jan ter Maten

 

 

Verklaring van aanbeveling. Ik kan me niet herinneren dat wij die in 1962, bij het afzwaaien, hebben gekregen. We kregen wel een getuigschrift (zie voorbeeld van Ben Jager in het Fotoalbum).
Fred, ook snel met z'n reactie, schreef direct een mail met zijn bevindingen.


Beste Gerrit,

Het antwoord van Jan ter Maten spreekt voor zich. Ik ga binnenkort de foto aanpassen.
Bedankt voor het zo kritisch bekijken van de foto’s. Stel ik zeer op prijs. Ik probeer alles wel zo goed mogelijk te controleren en ik ontdek hier en daar bij informatie bij de foto’s  wel wat foutjes, maar soms slipt er wel eens wat tussendoor.

Uiteraard ben ik naar de reünie van de SMC geweest. Er was maar liefst 20 man van lichting 61-2. Ik denk dat die een eigen reünie binnen de reünie hadden. Verder een paar van 61-5 en 61-3.

Ik was van mijn lichting weer de enige. Trouwens ik (67-5) was op een na de jongste lichting! Het begint aardig grijs te worden daar in Harskamp. Het is best wel leuk om bekende gezichten te zien, maar van de andere kant zou het ook wel leuk zijn als er eens wat “jonger spul” zou komen.

Hartelijke groet en tot ziens.

Fred

Deze hele correspondentie verliep binnen een dag, wat er op wijst dat deze betrokkenen nog steeds enthousiast zijn als het gaat om "Het Wapen".

Fred heeft inmiddels de tekst bij de foto van Jan ter Maten aangepast.

Wat mij wel is opgevallen is dat ik geen enkele foto heb kunnen vinden van Henk met de Dikke Daf.

Gerrit
 


1962. 

Het jaar wordt gekenmerkt door een, wereldwijd, onrustig politiek klimaat.
De bouw van de muur in Berlijn en de kwestie Cuba (Varkensbaai) zijn in volle gang.
Nederlandse militairen moeten met spoed terug uit La Courtine.
Een colonne van 600 voertuigen is onderweg.

Het is vrijdag. De hele dag zijn we al in touw met escorteren.
Om ca 17:00 uur word ik, alleen, op een kruispunt in Eindhoven gedropt.
Verkeerssituatie is als volgt: de colonne komt uit de richting Valkenswaard via een tweebaansweg en kruist een brede vierbaansweg met een brede middenberm. Een rondweg om Eindhoven denk ik.
De colonne moet op dit immense kruispunt linksaf en kruist daarbij het verkeer uit tegenovergestelde richting, dat uit het centrum van Eindhoven komt.
De verkeerslichten zijn in werking.
Ik probeer een onmogelijke situatie onder controle te krijgen.
Ik regel op het eerste deel van de kruising op de rondweg het verkeer van links door een stopteken te geven, terwijl het verkeerslicht op groen staat en geef de burgervoertuigen, die vóór de naderende colonne uitrijden, een teken om het rode licht te negeren. Op zich is dat lastig, omdat burgers aarzelen om de aanwijzingen van een Marechaussee op te volgen. Als dat op gang is geef ik het verkeer dat van rechts komt op de rondweg (ook op groen) een stopteken en de colonne gaat linksaf de rondweg op. Het verkeer uit het centrum (Philips werknemers gaan naar huis voor het weekend) staat voor rood.
Het is gekkenwerk, ik weet het, maar het gaat eigenlijk best goed en een aantal pakketten passeert op die manier het kruispunt zonder problemen.

Wanneer de escortecommandant langs komt zorgt hij ervoor dat er nog een Marechaussee bijkomt. Het wordt daardoor makkelijker, omdat we elk een deel van de rondweg kunnen regelen.

Plotseling verschijnt er een motoragent van de Gemeentepolitie Eindhoven. Hij kijkt hoe het gaat en komt dan naar me toe en vertelt dat wat we doen helemaal niet mag. Volgens hem is er geen sprake van een militaire colonne, omdat er tussen de militaire voertuigen ook burger voertuigen rijden. Ik probeer uit te leggen dat, wanneer burgers de colonne inhalen, ze er noodgedwongen door de militaire chauffeurs moeten worden tussen gelaten, wanneer er tegenliggers opduiken. Hij wil het kennelijk niet begrijpen en houdt vast aan zijn definitie van militaire colonne.

Dan gebeurt het ongelooflijke. Terwijl wij het verkeer staan te regelen, geeft hij op de rondweg fietsers en automobilisten opdracht om, wanneer het voor hen groen is, door te rijden terwijl de colonne in beweging is. We staan met het zweet in de handen te protesteren en de agent te wijzen op het gevaar van zijn handelen, maar hij gaat ijzerenheinig door.

Uit het centrum van Eindhoven komt een volkswagen kever van de politie met een paar verkeersagenten het kruispunt opgereden. We lopen er onmiddellijk naar toe en doen ons beklag over die kl@3#?!ak van een motoragent (je begrijpt we zijn aardig opgewonden) en de gevaarlijke situatie die daardoor ontstaat. Ze gebruiken hun mobilofoon voor contact met het hoofdbureau en even later wordt de motormuis weggestuurd. Eindelijk loopt het weer zoals het moet.

De agenten vragen ons zelfs om tussen de pakketten door te assisteren bij  het verkeerregelen, omdat het verkeer uit het centrum wat extra moet doorstromen.
In ca 2 uur is de klus geklaard.

Later hoorde ik, na het overleg achteraf tussen de escortecommandant en de Gemeentepolitie Eindhoven, dat de motoragent voorlopig weer binnendienst heeft, omdat hij nog veel moet leren. De gemeentepolitie Eindhoven benadrukt dat ze over het optreden van de Marechaussee nooit klachten heeft en veel belang hecht aan een goede samenwerking.

Gerrit Ezendam


 Stop of ik schiet !!!

De meeste van jullie zullen het zeker nog weten. Onze lichtinggenoot Ton, gebombardeerd als foerier, kwam zelden uit zijn hok in de kelder. Hij zat daar lekker warm en droog en wij als lichtinggenoot hadden veel gemak van hem want we werden door hem indien mogelijk vaak gematst.

Maar omdat er te weinig manschappen waren moest hij eens mee op escorte, ik meen naar Steenwijkerwold. Ik had het genoegen om samen met Ton, ieder aan een zijde van een brug te moeten staan om deze vrij te maken indien colonne in aantocht was. Op een gegeven moment zag ik dat er aan de zijde bij Ton een auto aankwam met een wat hoge snelheid en Ton dacht - te weinig ervaring op dit gebied - dat de auto wilden doorrijden, trok zijn pistool en riep "Stop of ik schiet". Uiteraard stopte de auto direct hetgeen hij ook had gedaan zonder dit dreigement. Omdat onze pistolen nooit waren geladen, zelfs nog sterker er waren er diverse onder ons die alleen het koordje in de holster hadden zitten omdat het pistool in de weg zat
( vooral de motorrijders) was het dan ook een ontzettend komische ervaring om een dienstmakker met een getrokken pistool verkeer te zien regelen.

Mart


 

Mijn Nekaf, de M20

 

Bij de overdracht van "mijn" Nekaf de M-20, enkele dagen voordat ik afzwaaide, heb ik nog voor een stunt gezorgd.
De overdracht van voertuigen op de 11 Marcie was een "officiële" aangelegenheid met de aanwezigheid van compagniescommandant, peletonscommandanten, etc. De voertuigen moesten goed onderhouden en gepoetst op het appèl verschijnen samen met de bestuurders. Zo ook de M-20. De nieuwe bestuurders werden vervolgens afgeroepen en namen de plaats in van de ouwe hap. Zij zouden dan een stukje in colonne gaan tijden om met de voertuigen vertrouwd te raken.
De stunt was dat ik vlak voor het appèl van de voertuigen de benzinekraan van de M-20 had dicht gedraaid. Er zou dus wel gestart kunnen worden en na enkele honderden meters zou het voertuig tot stilstand komen. Aldus gebeurde en nog wel ter hoogte van het exercitieterrein midden op de Oranjekazerne, dit tot grote hilariteit van de ouwe hap en de toekijkende troepen van andere onderdelen.
Het hele colonne rijden werd een chaos, de helft reed door en de achterste helft kwam tot stilstand achter de M-20.
Wat modelrijden voor de troepen op de Oranjekazerne had moeten worden dreigde te mislukken. Herhaald doorstarten van de nieuwe bestuurder bracht de accu uiteindelijk ook nog eens tot nul. Mijn peletonscommmandant vermoedde sabotage gezien mijn reputatie. Kwam mij derhalve ophalen en dreigde met de grootste onheil. Als ervaren Jeep piloot heb ik hem overtuigd dat dit niet aan de M-20 of aan mij kon liggen maar aan de onervarenheid van de nieuwe lichting. Ik ben met hem meegegaan en heb quasi interessant onder de motorkap gekeken waarbij ik de benzinekraan (ongemerkt) weer open heb gezet. Uiteraard niets gevonden hebbend heb ik de nieuwe bestuurder, samen met wat maatjes van zijn lichting, de jeep laten aanduwen met als resultaat dat hij weer liep als een zonnetje. Uiteindelijk is het colonnerijden hervat en had ik met mijn lichtinggenoten natuurlijk de grootste pret.

Jos


 

Jan Soldaat tegen Marechaussee: "Weet jij waarom die blauwe streep  op je witte helm staat?"
Marechaussee:                                    "Natuurlijk!
(tijdens z'n opleiding had hij geleerd nooit toe te geven dat je iets niet wist)
 
                                                                  Maar weet jij het ook?"

Jan Soldaat:                                         "Nou tot zover moesten ze jou onder water duwen."

Deze boeiende dialoog vond plaats in 1962.

Naar Jan wordt nog steeds gezocht en ziekenhuizen worden daarbij niet overgeslagen.
Desondanks is er niets meer van hem vernomen.
Toeval? Ik weet het niet.

Het gerucht gaat dat hij handelde vanuit een hevige frustratie1), omdat hij zelf graag Marechaussee had willen worden.

1)   In 1962 kende men het woord frustratie nauwelijks. Het werd uitsluitend in medische kringen gebruikt.
     Wel kende men in die tijd de omschrijving "stevig balen".


Detachering bij de brigade 's Hertogenbosch
 

Tussen de opleiding in Apeldoorn en de parate periode in Schaarsbergen werden alle marechaussees, voor twee weken, gedetacheerd op een Brigade ergens in Nederland.
Ik kwam op de Brigade van 's-Hertogenbosch terecht. Zo was ik een keer Provoost Geweldenaar bij een zitting van de Krijgsraad te velde. In de zaak van een Sergeant / potloodventer werd de zaal ontruimd, dus de klas met ARO-driehoekjes op de kraag moest even de gang op.

 


Stationspatrouille op vrijdagavond, met een wmr. van de Brigade, leverde meteen een Proces Verbaal op.
Een soldaat die uit een nog rijdende trein sprong was de pineut. Beetje flauw misschien, maar het mocht nou eenmaal niet en de wmr. vertelde dat hij een keer getuige was geweest van een militair die bij zo'n zelfde actie tussen trein en perron was gevallen en zwaar letsel had opgelopen.
Dat was de enige keer, tijdens mijn diensttijd, dat mijn naam op een PV kwam te staan, zij het dan ook als getuige.

 



Echt trots was ik er niet op, want ik denk dat ik zelf ook verscheidene keren uit een rijdende trein ben gesprongen  maar ja wat moet je. Weigeren om getuige te zijn? Ik dacht het niet.


De maandag erna moest ik met een wmr. naar Den Haag, om een dienstweigeraar (ja die had je toen nog) af te leveren bij de rechtbank. Je gelooft het misschien niet, maar we werden met een busje naar het station gebracht en vandaar gingen we verder met de trein. De man was d.m.v. handboeien aan de wmr. geketend.
Alleen als de trein reed werd hij wel even losgemaakt. Bij het overstappen in Utrecht op het perron moesten de boeien weer aan.
En je wéét dat niemand denkt goh wat zou die marechaussee gedaan hebben. Het was best een beetje vreemd, dat je niet de hele weg met een auto aflegde.

Het was 8 januari 1962, de dag van het verschrikkelijke treinongeluk, om 09:19 uur, bij zeer dichte mist, in Harmelen (93 doden en 94 gewonden). Als ik het goed heb nog steeds het zwaarste spoorwegongeval in Nederland. Achteraf bleek dat we precies in de trein ervóór hadden gezeten. We waren in de buurt van kwart over 8 uit Den Bosch vertrokken.

Gerrit Ezendam
 


Een “sterk “, maar waargebeurd verhaal.

 


    Links op de foto de “WEB”.
 

De laatste 3 maanden van mijn diensttijd heb ik niet alleen in een jeep gereden, de M66,  maar bestuurde ik ook één  van de “ webs “ , die in onze compagnie werden gebruikt voor kleine bevoorradingen, maar ook voor het busvervoer van officieren en andere beroeps manschappen, die woonachtig waren in Apeldoorn.  Deze werden ’s morgens bij de bushalte aan de Apeldoornseweg opgehaald en vervolgens vervoerd naar de Oranjekazerne.

 Op één van deze ritjes herinner ik mij het volgende gesprek  tussen onze kapitein de Bruin of de Bruine ( precieze naam weet ik niet meer ), door ons ook wel “ Baffie “ genoemd ,  en een hoge meneer van de Garde Jagers  of wel de “Zandhazen” , want die waren ook gelegerd op de Oranjekazerne. 

De officier van de Garde Jagers beweerde dat  “zijn jongens” tijdens de laatste oefening 8 kilometer speedmars, met volle bepakking, binnen een uur hadden gepresteerd. Hij vond dat een erg goede zaak.
Onze kapitein Baffie echter, die volgens de verhalen ook nog een commando-opleiding zou hebben gehad, vond deze prestatie nou niet direct om over naar huis te schrijven.  (ik trouwens ook niet !!)

Hij vervolgde het gesprek  met de  Zandhaas,  “ 8 km in 1 uur “  dat is de moeite niet, en deelde de rest van de inzittenden in de bus triomfantelijk mede  “dat kunnen mijn marechaussees veel beter”.
 
Na deze laatste opmerking bekroop mij een heel vervelend gevoel. En niet ten onrechte want enkele uren later op de kazerne; grote paniek onder de troepen. Ineens was er appel.  De hele compagnie moest aantreden met volle bepakking voor het gebouw. Een flinke streep door de rekening als je als ouwe stomper een rustige dag verwacht.


Na een korte toespraak werd de bedoeling duidelijk. Heen en terug van de Oranjekazerne  naar de Kop van Deelen,  100 meter hardlopen en 100 meter speedmars.  Baffie  met   “stok “ voorop. Ging de stok omhoog dan was het rennen, bleef de stok laag dan speedmars. Een voordeel was dat de blauwe baret de helm mocht vervangen,  je moest natuurlijk nog wel  “de marechaussee “ herkennen. Want dat de Marechaussee het elite korps van de landmacht was, hadden ze ons in Apeldoorn al duidelijk gemaakt nietwaar?  Jij diende  “Het Wapen der Koninklijke Marechaussee” en dat moest je uitstralen.
 

 De afstand Oranjekazerne naar de kop van Deelen en terug was 10 km. Dicht bij de Kop van Deelen  kregen we,  vanachter het hek van de vliegbasis, ook nog naar ons hoofd geslingerd  “uitslovers”. Dat waren 2 plaatsgenoten van mij die bij luchtmacht waren ingedeeld en op dat moment niets anders te doen hadden dan een vliegtuig schoon maken. Ik heb het later nog vaak moeten horen.  

Ik weet noch dat het “karwei”  werd gedaan in 58 minuten en een beetje !!  Volgens mij stond  de officier van de Zandhazen bij terugkomst  in de kazerne ons op te wachten met de stopwatches in de hand. Of overdrijf ik nou?

Waarschijnlijk staat jullie je deze “prestatie”  nog goed in het geheugen. Als ik me goed herinner waren er wat lichting 61-3 betreft  geen uitvallers ?  (of was jij de enige Ben de Jager ?)  Wel herinner ik mij vooral uitvallers onder het beroepspersoneel !! 

 Tot zover het  waar gebeurde bloed zweet en tranen verhaal.
Groeten   420313280

 Jan Oonk

 


Hoog bezoek in La Courtine  

 

Wat een beveiliging;

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bron: Legerkoerier van oktober 1962

 


Centurion gevonden

Er werden in de 60-er jaren heel vaak verhalen verteld, die van mond tot mond gingen en waarvan niemand echt wist of ze werkelijk gebeurd waren of niet.

Zo'n verhaal was b.v. dat in de winter van '61 - '62, de rust is dan weergekeerd in dat dorpje La Courtine,  de burgemeester van La Courtine naar Defensie belde en vroeg of het bekend was dat er nog een tank in La Courtine stond.

Simpel probleem. Je wijst een officier aan, die tot 10 kan tellen en die belt even met het betreffende cavalerie onderdeel en die huzaren gaan nog eens tellen en............. nee hoor, er wordt geen tank vermist; het aantal klopt.

Defensie zou defensie niet zijn om dat niet tot de bodem uit te zoeken.
Een bezoekje aan La Courtine en even die burgemeester overtuigen dat dat geen tank kan zijn maar dat het wel een tractor van een boer uit de buurt zal zijn.
Tja een tank vergeten, dat kan toch helemaal niet.

Oei, die burgemeester was dus toch niet gek; daar stond inderdaad een Centurion gedeeltelijk weggezakt in het oefenterrein.

Maar hoe zit dat dan met het aantal tanks op de cavaleriekazerne?
Dus dan maar naar Amersfoort. Even de huzaren leren tellen.
Hè, hoe kan dat? Op het eerste gezicht klopt het aantal.
Even kijken bij die ene die er wat vreemd uitziet.
Wat krijgen we nou........ hout? hardboard? zachtboard? papier? Knap gemaakt!

Broodje aap? Zou zo maar kunnen, maar ja het gezegde gaat: waar rook is, is vuur.
E
n bij de Landmacht gold altijd al; als de aantallen maar kloppen.

Gerrit
 


Opleiding tot jeepchauffeur 

Een groep van ongeveer 25 lichtinggenoten, waar ik ook toe behoorde, kwam ca 2 weken later op dan de rest van de lichting. Dat was het gevolg van eindexamens, die nog niet waren afgelopen. Uit deze groep moesten, door selectie, nog een stuk of drie mensen worden aangewezen voor de officiersopleiding.

Toen dat allemaal achter de rug was, waren de rijopleidingen allemaal al gestart.
Ik viel dus buiten de jeep..... eh buiten de boot. De meesten wilden graag de rijopleiding, want die kon je na je diensttijd heel gemakkelijk om laten zetten in een burgerrijbewijs.
Maar ja zo erg was het voor mij ook weer niet, want ik had al een burgerrijbewijs.

Na de opleiding in Apeldoorn kwam ik vlak voor de winter in Schaarsbergen terecht. Daar zat je als jongste lichting en als derde man in de jeep altijd achterin. In die tijd had je nog serieuze winters en als het niet regende moest het dak van de jeep eraf. Wat héb ik een kou geleden. Achterin kroop je, als je de kans kreeg, met al je kleding die je al aan had in de slaapzak. Maar ja dat mocht niet en was, denk ik nu, ook wel gevaarlijk.

Korte tijd daarna werden er marechaussees gevraagd met een burgerrijbewijs, om opgeleid te worden tot jeepchauffeur. Ik was er als de kippen bij om me aan te melden en ik had geluk. Ik ben 2 keer met de MTOO (wmr. de Jong) een halve dag gaan rijden, wat op zich ook al een feest was. Eten tussen de middag deden we bij z'n moeder thuis. Daarna de boomgaard in en kersenplukken en  eten.
Schakelen naar z'n eerste versnelling was lastig. Wmr. de Jong had het over dubbel klutsen (double clutching). Ik vroeg hem om dat eens voor te doen, maar hij kon het zelf niet. Later had ik het toch wel snel onder de knie.

Rijexamen moest ik in Apeldoorn doen. Maar ik had natuurlijk niet die chauffeursopleiding van het Depot gehad. Eerst maar een eindje rijden in Apeldoorn. Daar waren ze goed over te spreken. Toen we terugkwamen werd mij gevraagd om de controles uit te voeren, die achterop de rijopdracht staan. zelf liepen ze alvast weg.





Nou is zo'n controle uitvoeren zo gebeurd. Ik had het de chauffeurs zo vaak zien doen. Overal 'tjes zetten en klaar is Kees. Toen ik daarmee klaar was zag ik nog net dat ze boven voor het raam stonden te kijken wat ik zoal controleerde. Niets dus. Bovendien had ik 'tjes gezet bij apparaten die helemaal niet in een jeep zaten, zoals luchtketels. Ze vroegen me dus waar die luchtketels precies zaten.

De theorievragen beantwoorden ging ook al niet zo goed. Je moet toch wel meer dingen weten en uit het hoofd kennen, anders dan bij het burger rijexamen. Definities van 'openbare weg', artikel 25 etc. etc... en alles precies zoals het in het wegenverkeersreglement staat.
Ik improviseerde als een gek, probeerde zo logisch mogelijke antwoorden te bedenken. Aan het eind zegt die examinator tegen me: als we deze vraag fout rekenen ben je gezakt.
Oké we rekenen 'm maar goed.

Ik heb naderhand een grote bewondering overgehouden voor wat de chauffeurs, die opgeleid waren op het Depot, allemaal moesten weten.

Gerrit


 


Met de Antar & Lolo op het Mobilisatie Complex
 

In de zeer strenge winter van 1962-'63, 's nachts is het -23 °C, word ik gebombardeerd tot escortecommandant van een team van vier marechaussees en twee jeeps. We gaan een 24-uurs rondrit begeleiden.
Het is de strengste winter van de vorige eeuw (gegevens KNMI).
Het betreft 2 maal Thornycroft  ANTAR  met Lolo (low laoder).  Een tank van 60 ton met een transporteenheid van 50 ton ( dus totaal per combinatie 110 ton).  Met dat vervoer in de sneeuw maak je de rest van de weg wel erg smal.

We moesten langs drie verschillende mob. complexen, waarbij elke keer van lading werd gewisseld. Tanks erop, er weer af en halftracks erop, halftracks eraf en Centurions erop.


Centurions erop ging toch niet zonder problemen.  Toen de eerste Centurion op de dieplader stond, kon de hele combinatie niet van z'n plek komen. De wielen van de ANTAR draaiden door op de sneeuw. Nou dan zet je er toch gewoon een andere Centurion tegen aan en die
duwt het hele spul op gang.
Maar ja de ander is nog niet geladen, dus moet de eerste met 5 km/h over het mob. complex blijven rijden.
Vooral niet stoppen, want dan kom je  niet meer op gang. 



Ondertussen wordt de tweede Centurion op de Lolo gereden. Alles lijkt goed te gaan en ook deze combinatie wordt op gang geduwd.

Na de eerste bocht staat de tank ineens scheef op de Lolo.  Er af rijden kan niet meer.
 

Ook dit zal blijken geen groot probleem te zijn.
Je rijdt gewoon nog een Centurion naar buiten.
Er staan er genoeg.
Je trekt aan de Centurion op de Lolo, om 'm weer recht te zetten, maar dan trek je door de gladheid de hele Lolo met tank en al opzij.
Dan maar een zware balk tussen de Centurion en de Lolo en nog een keer met de lier de tank op de Lolo opzij trekken. Zo die staat weer recht. Probleem opgelost.

 

 

 

Gerrit


Stafwacht op het Hoofdkwartier Nieuw Vrijland.

 

 

John Koldenhof en ondergetekende waren tijdens een van de (vele) parate weekends ingedeeld voor een "STAFWACHT" op zondag. Het was zomer en heerlijk zonnig. Weer om andere dingen te doen dan wacht te lopen.

Maar toch, als goede en plichtsgetrouwe dienstkloppers, hadden we ons goed voorbereid. We waren de avond ervoor niet dronken geworden en hadden derhalve een kater kunnen uitsluiten. Ons tenue hadden we pico bello in orde gebracht met "vers" gestreken vouwen, een schoon overhemd, nieuwe nestel en strak gepoetste schoenen. Ook was er de nodige witte blenco en koperpoets aan te pas gekomen om het geheel te completeren. We mochten gezien worden.

Echter het was zondag, mooi weer en Vrijland was uitgestorven. Wie zou ons kunnen zien vroegen we ons af. Er fietste wel wat vrouwelijk schoon over de provinciale weg, maar de afstand tot waar wij onze plichten vervulden was te groot om te kunnen scoren!

Vandaar dat we ons zelf bezig hielden met de bekende activiteit uit die tijd namelijk TIJD DODEN. Helaas waren we voor dit doel niet speciaal opgeleid. Dit zou evenwel nuttig zijn geweest gezien de hoeveelheid tijd die gedurende onze 22 maanden dienst gedood moest worden.

Tijdens de opleiding in Apeldoorn (de A- en B- Compagnie) kregen we een verscheidenheid aan oefeningen met het uiteindelijke doel de vijand te kunnen doden echter niet DE TIJD. 

Aangezien we al vaker zo´n karwei met succes hadden geklaard én zoals jullie weten John en ik niet voor een gat te vangen zijn, hadden we ook dit keer de overtuiging dat het wel weer zou lukken. Bovendien behoorden wij tot de elites dezer aarde én, zoals het ons tijdens de opleiding in Apeldoorn was ingeprent, zelfs tot “Gods eigen wapen”. Dus gingen we met verve en creativiteit aan de slag om de situatie efficiënt en volledig naar onze hand te zetten.

Edoch, temidden van onze actie, waarbij onze concentratie op zijn hoogtepunt was, werden we verrast door de komst van een personage die luid en duidelijk de hal van Vrijland betrad.  Hij trof ons “diep nadenkend” aan met de hakken op het bureau. Een houding die iedereen duidelijk herkent als zijnde “een creatieve worsteling die gepaard gaat met de hoogste graad van intellectuele inspanning om de tijd te doden”.

Flexibel van geest en lichaam zoals wij toen al waren, sprongen wij op om de vriendelijke middaggroet van deze persoon te beantwoorden. Op hetzelfde moment dat wij onze groet besloten,  ontdekten we dat het hier om de Generaal ging die binnenkwam. De hoogste baas zouden we nu zeggen. We lieten hem uiteraard binnen zonder hem een strobreed in de weg te leggen en wensten hem nog een prettige middag.

We keken elkaar aan en zeiden “Goh, wat een vriendelijke baas hebben we toch”.  We spraken onze verwondering uit over het feit dat hij geen enkele opmerking had gemaakt over “onze nadenk-houding met de hakken op het bureau”,  “het niet op hebben van enig hoofddeksel”, “het ontbreken van een in-de-houding met daarbij de gepaste groet” en “onze vriendelijke goedemiddag wens”.

Ook verbaasden we ons erover dat een Generaal, op zondagmiddag notabene, nog werk te doen had.  Was dit omdat hij de afgelopen week te druk was geweest of juist niet? We zouden het nooit te weten komen.

In ieder geval vonden we hem een toffe peer die duidelijk aandacht had voor menselijke verhoudingen en de zwaarte van onze job op deze zondagmiddag.

We hadden nooit gedacht dat we dergelijke Generaals in ons leger hadden. Hierdoor speelden we zelfs nog even met de gedachten om als beroeps bij te tekenen. Je kon het toch niet beter treffen met dergelijke meerderen!

Kort daarop werden we afgelost en onze ontmoeting met de Generaal verdween uit onze gedachten en konden we ons gaan bezighouden met  de zondagavond genoegens van een paraat weekend.

De volgende ochtend op het groot-appél werden we bruut herinnerd aan onze stafwacht van de dag ervoor. Onze Cie-commandant  hield een “toespraak”  over  onvoldoende functioneren en het ontbreken van de juiste discipline in onze compagnie. Als concreet voorbeeld noemde hij de klacht die van “onze” Generaal was binnengekomen over het niet paraat staan inclusief een te amicale begroeting van een tweetal marechaussees op stafwacht. Volgens onze commandant kon dat niet en daarin had hij natuurlijk gelijk.

Dit leerde ons dat onze alleraardigste Generaal veel minder aardig bleek te zijn dan we hadden aangenomen. Van menselijke verhoudingen was niets meer over, daarvoor in de plaats was een achterbakse actie gekomen richting onze commandant. In plaats daarvan had hij het lef moeten hebben om ons rechtstreeks aan te spreken en ons een schrobbering te geven. Hiermee viel hij voor ons compleet van zijn voetstuk.

Als een geluk bij een ongeluk heeft dit voorval ons doen besluiten om toch maar niet als beroeps bij te tekenen.  Hierdoor zijn we behouden voor de burgermaatschappij die daarna nog volop heeft kunnen profiteren van onze kwaliteiten.
 

Jos van den Hoven


Mijn verhaal.

Toen ik 3 jaar was ben ik komen wonen naast de Oranje Kazerne. Mijn vader was de beheerder van het Vliegveld Deelen wat op zich al een hele geschiedenis heeft.

Maar nu over de Oranje Kazerne. In 1945 was er niets van een Kazerne te vinden, het waren tennisbanen, waar de Duitse Officieren konden sporten, en waar ik met mijn driewielerfietsje rustig kon rondrijden.
Verder een heidevlakte, met helemaal niets erop.
Na verloop van jaren is er een Kazerne neergezet waar div. Militaire onderdelen onderdak konden vinden.

Naast de dienstwoning, waar ik woonde, was een Brigade van de Kon.Marechaussee die ook als opleidingscentrum diende voor de Bijstand en Panser Eenheden. Dus eigenlijk ben ik een beetje met het Marechaussee soepje overgoten en was er maar één keuze, dienen bij Het Wapen.
 
Na mijn diensttijd bij het Wapen, is mijn relatie met de Marechaussee niet gestopt. Samen met de Medewerkers van de Verbindings Eenheid van de Marechaussee uit Apeldoorn hebben wij op de lokatie van Het Paleis Soestdijk de verbindingen mogen verzorgen van een groot Ruiterevenement.
Het is eigenlijk toch speciaal dat je als "burger" de regie kan voeren over een aantal Wachtmeesters met een Commando Verbindingsbus en een Verbindingsnet uit het C-2000 verhaal.
De inzet van deze Wachtmeesters was eigenlijk wel zeer bijzonder, daar het evenement plaats had op zaterdag.
Dat was hun vrije dag, maar na afloop van dit sportevenement namen wij afscheid met de woorden "graag tot volgend jaar". En dat hebben wij 6 jaar kunnen volhouden, tot er nieuwe richtlijnen van hogerhand kwamen, toch wel heel bijzonder dat dit kan. (vraag niet hoe, maar het kan).

Ook heb ik samen met leden van de Kon. Marechaussee tijdens de Wereld Kampioenschappen 4-spannen Paarden in Beesd, het Verbindings- en Calamiteitencentrum mogen bemannen in 2008.

Wat mij bijzonder opvalt is dat je op diverse centrale posities weer leden van de Kon. Marechaussee tegenkomt.
Mijn stelregel is dan ook, eens Marechaussee altijd .................................. .
 

 

Rokus de Jong


La Courtine nostalgie.

Op onze terugreis, vanuit Spanje, zijn we, via de brug bij Millau, richting Clermont Ferrant gereden en zijn daar in de buurt op een camping gaan staan.
Zonder ‘ons mobiele huisje’  zijn we de dag erna naar La Courtine gereden… toch visa versa nog zo’n 200 kilometer.
Aangekomen konden we <
/i> ‘Camp de la Courtine’ eerst niet vinden. maar gelukkig konden we het aan een toevallige voorbijgangster vragen.
Het bleek dat we in La Courtine Hoog zatek het oude kerkje staat.

 

       

Voor dit kerkje heb ik overigens in april 1962 nog gestaan samen met Ben Langendoen (lichting 60-2)…de foto heb ik nog.

De kazerne ligt dus in La Courtine Laag. Het dorp leek er uitgestorven…...
We zagen het beekje waar vroeger, nog met een overkapping,  de vrouwen van La Courtine hun was deden.

       

De overkapping is er niet meer en het ziet er nu allemaal wat verloren uit.
Na te hebben geparkeerd zijn we naar de kazerne  gewandeld en hebben bij de hoofdingang (Entrée principeau) wat foto’s gemaakt.  
De poort was gesloten en we konden dus  niet naar binnen. Alle gebouwen zien er nog goed uit. La Courtine blijkt nog steeds een 'Camp Militair'.  

Inmiddels  kwam er een fransman op ons af met de vraag …Militair Hollandais??  Dat had hij natuurlijk al aan het kenteken van onze auto gezien.
Nadat we dat bevestigd hadden kwam er een gesprek op gang.
Het  bleek dat zijn vader een hotel in het dorp had. Hij zelf was in die jaren een knaap van een jaar of 7.
In de periode dat het Nederlandse leger daar jaarlijks op oefening was verzorgde zijn vader er de foeragering zogezegd de 'alimentation'.
Ik vroeg hem of zijn vader nog leefde en dat bleek het geval.
Vervolgens liepen we mee naar het ‘hotel’ waar wij kennis maakten met monsieur
André Lesbats.
Hij heeft inmiddels al de respectabele leeftijd van 87 jaar.
Hij vertelde goede herinneringen aan die periode te hebben overgehouden.
En met enige trots liet hij ons weten dagelijks grote hoeveelheden patatten en légumes te hebben geleverd…..waarbij hij aanvullend ook nog moeiteloos  de woorden ‘gehaktbal' en 'frikadel'  wist uit te spreken..
Tot slot vertelde hij dat zijn conditie nog zeer behoorlijk was.
Mies maakte toen de opmerking dat hij er nog verrassend goed uitzag, gelet op zijn leeftijd. Met een smile verklapte hij ons dat hij gescheiden was van zijn 1e vrouw en nu getrouwd is met een vrouw die ruim 30 jaar jonger is.
Mies liet zich glimlachend in het nederlands ontglippen…’’’zooo ouwe snoeperd!! ‘’ .
Kennelijk had ie het toch begrepen want hij begon smakelijk om lachen.
Na deze spontane kennismaking hebben we afscheid van hem genomen en in het enige restaurant van het dorp toen een verlate lunch gebruikt.
Met een voldaan gevoel en onderweg ook nog genietend van de geweldig mooie omgeving zijn we weer richting camping gereden.
Het was een echte nostalgische trip..

John en Mies


Klik hier om naar boven terug te keren